Met een vriend of vriendin

Twee huizen, twee agenda's en één afspraak. Het vraagt iets meer organisatie dan met een partner, en het levert iets op wat een partner niet kan: iemand die je niet ziet als het niet lukt, en dus iemand tegenover wie je liever niet afzegt.

Waar

Om de week bij de ander, of vast bij degene met de meeste ruimte, of buiten op een plek ertussenin. Omdat de trainer het materiaal meebrengt, maakt het voor de training niet uit. Wat wel uitmaakt is dat het vaststaat; wie elke week opnieuw overlegt, houdt het geen twee maanden vol.

Wanneer

Een moment dat voor allebei structureel vrij is, en dat is minder vaak dan het lijkt. Zaterdagochtend werkt voor veel duo's het best: geen werk, geen avondmoeheid, en daglicht in de winter. Alle drie de aanbieders trainen in het weekend.

Voordelen

  • Sociale druk in de goede richting: je zegt minder snel af tegen een vriend dan tegen jezelf.
  • Een uur dat ook een uur samen is, zonder dat het een borrel hoeft te zijn.
  • De helft van de kosten.

Nadelen

  • Twee agenda's die moeten passen, ook over maanden.
  • Als de vriendschap onder druk staat, staat het uur onder druk.
  • De ander wordt de reden om te gaan, en dus ook de reden om niet te gaan.
Twee mensen doen een oefening op een houten vlonder bij zonsopgang
Een plek tussen twee huizen in, vroeg op de dag: de combinatie die bij veel duo's het langst standhoudt.

Het geld

De aanbieders factureren aan één persoon. Spreek af wie dat is en hoe de ander betaalt: per sessie overmaken, of de helft van het pakket vooraf. Wie het niet vooraf regelt, heeft na twee maanden een gesprek dat niet over trainen gaat. Meer over delen.