Met familie
Ouder en volwassen kind, broer en zus, twee generaties in één uur. Het is de combinatie met het grootste verschil in leeftijd en niveau, en de combinatie waarvoor de trainer het meest is ingericht.
Ouder en kind
De meest voorkomende vorm: een zoon of dochter van veertig die met een vader of moeder van zeventig traint. Voor de ouder is het kind de reden om te beginnen; alleen een trainer bellen doen weinig zeventigers. Voor het kind is het een uur per week dat verder gaat dan koffie.
De trainer doet met beiden hetzelfde: door de knieën, opstaan, iets tillen, in balans blijven. De zwaarte verschilt, de beweging niet. Wat opvalt is dat de ouder zwaarder mag dan het kind denkt; kracht en balans zijn op leeftijd het belangrijkst en worden door de omgeving meestal onderschat.
Broers, zussen, neven
Dichter bij elkaar in niveau, en dus dichter bij de valkuil van de wedstrijd. Werkt goed als het uur bij een van beiden vast thuis is en de ander komt. Twee huizen afwisselen kan, maar kost overleg.
Voordelen
- De laagste drempel die er is voor iemand die niet zelf zou beginnen.
- Een reden om elkaar wekelijks te zien.
- Kosten delen, of de een betaalt voor de ander.
Let op
- Bezorgdheid remt. Laat de trainer doseren, niet het kind.
- Medische zaken vooraf melden: medicijnen, een nieuwe heup, hartklachten.
- Train bij degene die het minst mobiel is.
